Ik ben met de doden
maar bij mij komt dat door mij
ik leef met geboden
maar niet veel, dat maakt mij blij
want daardoor ben ik vrij
en vrijheid is wat moet
vrijheid doet de mensen goed.
Ik ben met de doden
maar bij mij komt dat door mij
ik leef met geboden
maar niet veel, dat maakt mij blij
want daardoor ben ik vrij
en vrijheid is wat moet
vrijheid doet de mensen goed.
Ik koos ervoor om niet te kiezen
want ik koos voor ons
toen verloor ik al mijn denken
in de harde gons
van haat en wat die brengt
(dat wat zoemt en dan verzengt
huilt of buldert, dan ontploft
bommen die geen duimbreed schenken
aan muziekfeest, kerk of bruiloft
die met vuur het brein bevriezen)
maar die mijn geloof niet keert
dat geloof niet wederkeert
in wat ik heb afgeleerd
dat we allen anders zijn
dat er ook zijn zonder pijn
dat er water moet bij wijn
ik denk, ik dacht het niet.
Enkel dat wij samen wezen
zijn en kwaad in ons gaan vrezen
brengt een einde aan verdriet.
Van die fucking schilderijtjes
van Franse boerderijtjes
daar vind ik dingen van
De fik erin, de frisse zin
die steek je maar in kaas
of wijn, ook fijn
de pijn de baas
maakt niet uit hoe
Maar van schilderijtjes
van Franse boerderijtjes
word ik heel erg moe.
Niet dat een dier van een mens hoort te zijn
Een dier is een dier
Dat vindt een dier fijn.
Geen kat is kwijt
die is spazieren
Kap met claimen
van andermans dieren.
Houdt mij niet meer tegen
Stop mij niet meer af
Dan ga ik om u heen bewegen
Dan vind ik u laf
en nog fascistisch ook
Want over dit, mijn leven
ga ik, niet u en als ik kook
dan kook ik van het geven.
Dat geven moet ik vaker doen
het geeft me energie
Jammer als u dat niet ziet
maar toch hoe ik het zie
Ik hoor uw woord ‘moeten’ niet
Ik heb het mijne en da’s zat
dát is wat mij brengt tot doen.
Voila, dan weet u dat.
Je doet het voor vriendinnen
maar nooit voor je eigen
die probeer je te behoeden
voor de zorg en als ze dreigen
Daar gaat je dag
je rust, je levenswerk
je lust en leven op het werk
beleven en je lach
Het is zo’n dag
waarop ze broeden
die waarop ze zinnen
Hemel, het is zondag.
Het is een explosie
van feest en van bedreiging
en ik zeg als ajacied
mooi, maar ik heb neiging
dat tweede te betreuren
en ik wil niet zeuren
maar ook hier doet dat verdriet
(geen reden voor verzwijging)
en geeft het, van de vreugd, erosie.
Jammerdebammerdedambam.
Het sneeuwt, maar blijft niet liggen
Bij mij bergen boze bronnen
die hierom complot verzonnen
of dat vraten als de biggen
Och, als straks de zon weer keert
schijnt-ie, kan een klein kind raden
ongenadig op uw daden
die vooral niet zijn en leert
heel de wereld van uw wan
(beleid, prestatie, orde)
Dat wat wij nooit wilden worden:
daar kunt u wat van.
Als, ontijds, raketten vallen
ga dan niet vergeven
Sloop niet wie, maar wat ze deden
Wees(t) aanwezig en gedreven
Laat jezelf en hamers knallen
in de hallen van het recht
opdat slecht wordt opgezegd
Sloop de b(r)oze haat en nijd
Breek naar betertijd.