Ga naar de inhoud

Categorie: Uncategorized

De luit!

Ik kende een heks en die schilderde eenzame
Prachtige weemoed pardoes in je hoofd
Voor je ’t wist was je stil en verdoofd
En volledig verloren, dat was het voorname

Maar niet het voornaamste, want dat was het licht
Het verwarmende licht van de zonsopgang
Bij zonsondergang maakte dat je zo bang
Dat je, bijna, spontaan, voor jezelf was gezwicht

En ik heb haar een hele tijd niet meer gezien
Want ik won van mezelf, en het ging net niet mis
En ik kreeg de prinses ervoor terug, bovendien

Maar ik vraag me wel af hoe het nu met haar is
Ik moet vaak aan haar denken, en weet je, misschien
Zie je mij nog eens springen van lelie to lis.

Koord

Sluierdruppels sliertend zwevend
Parels op ongevild grondig vuil leer
Duizenden doodlopen – wachtend
Kalm de galdoorlopen ogen – de ogen

Zichtbare, voelbare, snijbare, raakbare
Pekvlammend onaanraakbare haat
Stil verzilverd groen vreet
Zielsefficiëntie aan hypocrisie

Bloesem ontluikt naar de gril van de plant, en
de
horror, de
horror,
de horror.

Brando? Nobrando. I love the smell of napalm in the morning. Francis Ford Coppola’s ‘Apocalypse Now’.

Póólse namen

Uit negen na-perfecte delen je gezicht – ik vorm het
– ik droom je van onschuld doortrapte ogen –
Eénmaal een lichaam, negendeels ziel
– ik tover je smachtend etherische denken –
Vuur dat mijn hart verlamt, wind in mijn hoofd
Ik zoek in je blik naar mijn onrecht, en
Vecht – voor jou – vergeefs – voor jou.

Zwarte kraaien boven grasland
Overbodig zomer, ik

de rust van eeuwig zoeken.

Naar aanleiding van op 5 januari uitgezonden perfecte verfilming door Fred van Dijk van Steve Reich’s ‘Different trains’, muziekstuk voor stemmen, instrumenten en treingeluiden.

Neem me!

Ratelkraak mat felbehel
Rammelstamp electrokwel
Frietvecht, niet te kruimelstelen
Bliksembrijzel, ijzelrel

Brekerlel springt vatenvocht
Sneeuwgaap, krijshuil, dodentocht
Raakhaat ragt het heel in delen
Duidelpracht, als krachtmacht mocht

Ik speel mijn rol aan de toneelrand
Reik een koploos kip de hand
En droom van terrorisme.

Naar aanleiding van optredens door Yoghurt op de Haarlemse Basketballweek (zie ook En dat is vier‘).

Goed voornemen

Ik, in één en negentig
Sla niet wie mij onrecht doet
Scheld niet op wie mij besteelt
Spreek geen kwaad van wie mij naart
Maar neuk wel al hun vrouwen.

En dat is vier.

Bordverbrijzelende negroïde kuikens knallen
Klaterlachend lenzen door, tribunes van t-shirts
Storten ineen, onder de uitgestoken handschoen
Dameshoofden piepen slippend stuiterend op sportzaalvloer
Zwaar ritmieke orgelwanklank wart mijn haar, ik

Droom mij een merrie
Het is niet eens nacht

Alles kraakt, splinterend tsjompt zich een vuist
Door rode, gezond gebolde huid, varkensoogjes puilen uit
Pupillen barst vetgele blurrie, men rochelt
Verstrengeld in baskettouw, overal sterfgeluiden
Dieselmotoren, scheuren, breken, raspen, ik

Droom mij een merrie
Wacht tot het nacht is!

Naar aanleiding van vooral het derde van drie optredens, 29 december 1990, van Yoghurt op de Haarlemse Basketballweek.

Flug

Hoe kon er iemand slapen in de Bijlmer
Terwijl ik lag te dromen aan het meer?
Hoe kon, vanuit de lucht gezien, Europa
Als kerstboom liggen flonkeren, als telkens weer

– terwijl ik in mijn rijkdom, zo broos en relatief
De puinhoop puinhoop latend, verzorgd getransporteerd
Mij in de suis van airco buigend over ap’ritief
De ziel vervuld van stijgingsroes, de angst van angst verleerd
Bij nacht er tussenuit kneep, stillig als een dief –

De uitzichtloze zwervers in haar vuilnis
Gelaten bleven zoeken naar vervulling
Vervuiling in de wind slaand, zonder water
Een handdoek om de schouders, bij wijze van verrulling?

Vaaisgaai

Patze maakt matze
Van lustige lurf
Maar ze rolt de koek dunner
Dan smaakloze turf

En wat overlijft is ouwel –
Schenk ons méér gewauwel!

In reactie op pamflet, onder schuilnaam ‘Patty’ verspreid bij Neerlandistiek. Handelde over Lurf nr. 1 en noemde mij ‘Vice guy Chielie’.

Twéé keer, mèt ijs.

Wat vult er mijn dromen
Met goudgele glans;
Wat tooit er jouw hoofd
Met een stralenkrans?

Wat stijgt, als bewustzijn
Alleen nog maar valt?
Groter dan goedheid:
Het is mijn pal malt!