Jonas heeft
Voor weinig respect
Van namen, en
Eer aandoen
Dus ik voer
Dat lijkt me correct
Een walvis, in
Mijn blazoen
Toneelschuur, Haarlem.
Jonas heeft
Voor weinig respect
Van namen, en
Eer aandoen
Dus ik voer
Dat lijkt me correct
Een walvis, in
Mijn blazoen
Toneelschuur, Haarlem.
Die kale meneer die volgens jou
Zegt wat jij zegt dat-ie zegt
Die zei dat net helemaal niet
Ik heb hem dat niet horen zeggen
Ik, hier, erger me blauw
Want jouw geposeer is onecht
Ik vind die kale een dom stuk verdriet
Maar ik hoor jou hem niet weerleggen
Naar aanleiding van het lijsttrekkersdebat op Radio 1 van 05.05.2002.
Steeds, als het spannend wordt
Droom ik van jou
Maar ben ik allang weer wakker
Daar gaat de droom aan gort
Niet waar ik wou
Toch is de morgen niet brakker
Omdat ik weer weet
Dat ik dat wat ik droom
Droom, omdat het geen droom is
Maar leven
Omdat ik de droom
Die hier net nog vergleed
Leef, omdat het een droom is
Nog even
Zon over Haarlem, maandagmorgen.
Ik kijk achteruit
En schaam mij daar niet voor
Meestal is het functioneel
En groei ik daar weer door
Ik leef vooruit
Maar weet waar ik vandaan kom
Beter dat dan stomverbaasd
Ineens zijn waar ik aankom
Ik weet
Niet wat komt
Maar heel vaak wel
Waarom
Ik vind
Een roze bril
Altijd
Oliedom
Geef mij mijn zwarte Ray Bans maar: het leven krijgt er kleur van.
Zilvergrijs doft Noordwand
Boven groener zuiden uit
Poelpaard en belkoe verdwaasd naar mij starend
Stap ik langs de heuvelrand
De blik omhoog, heel mijn verstand
De Eiger toegeheven
Omdat ik niet bevatten kan
(maar zoek, totdat het antwoord sluit)
Hoe ’t is om hier te leven
Zonder angst, en beven.
Toneelschuur, Haarlem.
Langmans kaalkranst pasgemaats
Tegen zwakzindrijven in
Reden voor een nieuw begin
Of toonbeeld van doorleven?
’t Is hopen op het laatste, en
met Eerstmans samen
blijven geven.
Toneelschuur, Haarlem.
Borstkarton braakt boosbos vol
En ik, doorheen de bomen
Zie een onbelopen pad maar
Kan, ervan, alleen maar dromen
Het is niet mijn rapengaar
Dit is niet in te tomen
En ik vind dat ook te dol
Toneelschuur, Haarlem.
Boven de tonen die rondom mijn ziel
En dwars door de regen heen regenen
Luister ik naar wat mij toen overviel
En dat nu domweg weer doet
Terwijl ik, rechtopstaand,
betraand voor de muze kniel.
Toneelschuur, Haarlem.
Na en over een optreden van de
Lopen en het weglopen
Werelden van uiterst
Maar onverenigbaar
Vlieg niet tweezijds mij aan
Doe dat met elkaar, of
Als ik u verzoeken mag
Doe het zelfs niet daar.
Bij voorbaat, dankuwel.
Toneelschuur, Haarlem.
Ik ga, in indigo
Hooguit de helft daarvan beleven
Denk ik vooraf, mocht dat sneven
Ben ik een gelukkig mens, maar
Vaker dan dat tegenstreven
Is reëel gelijk de grens
Pech, voor mij, als mens.
Toneelschuur, Haarlem.