Zing, door de morgenstond
Ademloos rond
Raak, in je ruiterval
Struikelend grond
Droom, in je bergendal
Hard langs je staar
Predik er brilgedrag
Doe, wat je niet vermag
Niemand, hier
Vind dat raar
Maar ik
Ben ergens
Toneelschuur, Haarlem.
Zing, door de morgenstond
Ademloos rond
Raak, in je ruiterval
Struikelend grond
Droom, in je bergendal
Hard langs je staar
Predik er brilgedrag
Doe, wat je niet vermag
Niemand, hier
Vind dat raar
Maar ik
Ben ergens
Toneelschuur, Haarlem.
In your very own Helm’s Deep I
Failed, to call you John.
So, if in too much of this I
Tend, to carry on
I will see your centenary
Hold its own against me
And pray for ours to carry on
Far beyond what’s gone.
Toneelschuur, Haarlem.
Oke, galop
Ik spring over voorden
Ram langs jouw transen
Hoor half jouw hijgend
Gevreeskrijste woorden
Sla er mijn zwaard doorheen
Duw, trek en stoot
Maar ik sterf vanavond
Machteloos bloot
Ontketend, in
Oké, galop.
Toneelschuur, Haarlem.
Ik heb in Rohan
Wat rondes gewandeld
Blijkt nu als ik, zwelgend
Mijn kelken hervul
En in een bruingroen
Van helderblauw breed
Heb ik in wat ik mijzelf toen verweet
Jou een meppend ding zien doen
Nu deed ik dat zelf en vind ik
Dat ik dat wat minder moet doen
Weg met relateren.
Toneelschuur, Haarlem.
Weet dat
Waar je speelde,
Klank valt
Dat waar jij staat
Klater schalt
Jij, in deemoed
Blijft wel staan daar
Maar daarvan is
Weer niets waar
Dan dat
Jij dat meent.
Toneelschuur, Haarlem.
Ik denk in mijn winterwarmte
Dwars door frisse kilkou heen
Klappertand niet, vries niet vast
Maar pak mijn das en, op de tast
Een grote zwarte zonnebril
Dan stoot ik de deur opzij
En stap naar buiten, zonnig ijsvrij
Dit is hoe ik het graag wil.
Terras van Café De Roemer, Haarlem.
Jij kunt nou wel daar staan blaten
Dat ik zelf geen fouten ken
Maar ik heb hier net staan praten
Over hoe fout ik wel ben
Dus je lult weer uit je nek
Ik ben soms goed, maar niet gek
En ik ben stellig als ik weet
Want anders houd ik fijn mijn bek
Zou jij ook eens moeten doen
Hier, neem nog een biertje.
Ik kan mij, bij jouw gezicht
Veel te weinig beelden
Zie geen wonden, dicht
Die eerder in jou heelden
Weet niet van het weids geluk
Dat in jouw blik niet schittert
Aan jou is ook nergens iets
Dat in nachtlicht schittert
En juist dat is fascinerend
Valt zo uit de toon
Spant, qua eigenaardigheid
Heel vanzelf jouw kroon.
Toneelschuur, Haarlem.
Het is geen elfstedenregen
Ik zie bloemen, in dit ijs
In dit kleinsteeds miezeren
Blinkt een paradijs
Over halfverlaten vaarten klatert
Hol, jouw lach
Die dat, deze winteravond
Eindelijk weer doen mag
En zo zie ik zomerwegen
Middenop een lange reis
Lach ik naar het licht, want ik
Zie bloemen, in dit ijs.
Toneelschuur, Haarlem.
Waar jouw kaaklijn langsglijdt
Uitgelicht door een zwalkende fietslamp
Trek ik mijn kaken, gemaakt, in saaikramp
Poog ik te weren wat niemand vergeet
Die vlaag van schoonheid die
Vlak voor het jaar vergleed
Langsgleed door donkerder luchten.
Terras van Café De Roemer, Haarlem.