Weet dat
Waar je speelde,
Klank valt
Dat waar jij staat
Klater schalt
Jij, in deemoed
Blijft wel staan daar
Maar daarvan is
Weer niets waar
Dan dat
Jij dat meent.
Toneelschuur, Haarlem.
Weet dat
Waar je speelde,
Klank valt
Dat waar jij staat
Klater schalt
Jij, in deemoed
Blijft wel staan daar
Maar daarvan is
Weer niets waar
Dan dat
Jij dat meent.
Toneelschuur, Haarlem.
Ik denk in mijn winterwarmte
Dwars door frisse kilkou heen
Klappertand niet, vries niet vast
Maar pak mijn das en, op de tast
Een grote zwarte zonnebril
Dan stoot ik de deur opzij
En stap naar buiten, zonnig ijsvrij
Dit is hoe ik het graag wil.
Terras van Café De Roemer, Haarlem.
Karmeliet, daar denk ik
Zelden, vaker niet
Zakelijk gesproken
Denk ik liever niet dan
Richting dat vergiet
Daar raakt geen Geus
Mee droog.
Toneelschuur, Haarlem.
Zing, door de morgenstond
Ademloos rond
Raak, in je ruiterval
Struikelend grond
Droom, in je bergendal
Hard langs je staar
Predik er brilgedrag
Doe, wat je niet vermag
Niemand, hier
Vind dat raar
Maar ik
Ben ergens
Toneelschuur, Haarlem.
Jij kunt nou wel daar staan blaten
Dat ik zelf geen fouten ken
Maar ik heb hier net staan praten
Over hoe fout ik wel ben
Dus je lult weer uit je nek
Ik ben soms goed, maar niet gek
En ik ben stellig als ik weet
Want anders houd ik fijn mijn bek
Zou jij ook eens moeten doen
Hier, neem nog een biertje.
Het is geen elfstedenregen
Ik zie bloemen, in dit ijs
In dit kleinsteeds miezeren
Blinkt een paradijs
Over halfverlaten vaarten klatert
Hol, jouw lach
Die dat, deze winteravond
Eindelijk weer doen mag
En zo zie ik zomerwegen
Middenop een lange reis
Lach ik naar het licht, want ik
Zie bloemen, in dit ijs.
Toneelschuur, Haarlem.
Ik kan mij, bij jouw gezicht
Veel te weinig beelden
Zie geen wonden, dicht
Die eerder in jou heelden
Weet niet van het weids geluk
Dat in jouw blik niet schittert
Aan jou is ook nergens iets
Dat in nachtlicht schittert
En juist dat is fascinerend
Valt zo uit de toon
Spant, qua eigenaardigheid
Heel vanzelf jouw kroon.
Toneelschuur, Haarlem.
Waar jouw kaaklijn langsglijdt
Uitgelicht door een zwalkende fietslamp
Trek ik mijn kaken, gemaakt, in saaikramp
Poog ik te weren wat niemand vergeet
Die vlaag van schoonheid die
Vlak voor het jaar vergleed
Langsgleed door donkerder luchten.
Terras van Café De Roemer, Haarlem.
In dit dom, verdrinkend land
Hef ik er het glas op
Op een grijze winterdag
Buitelt zomer door mijn kop
Gouden vlinders op het water
Koren deinzend op de bries
En ikzelf al veel meer mager
Door natuurlijk vetverlies
Maar het is gelogen
Er is niets van waar
Ik sta hier rond en ongeschoren
En ik reis, van hier naar daar.
Station Haarlem Spaarnwoude.
Hoe verstoord is
Jouw relatie
Met de wereld
Om je heen?
Hier is harmonie
Omdat ik
Nimmer been
Op onbeen.
Sloterdijk.