Ongeveer zo echt
Als de koolstof om je ogen
Klinken tranen in je snik
Gaan je tranen nooit meer drogen
Leeft beleefdheid in je blik
Doe je gletschers smelten
Liever zet ik mij op stelten
Ik verdraag die kou zo slecht.
Café Stiels, Haarlem.
Ongeveer zo echt
Als de koolstof om je ogen
Klinken tranen in je snik
Gaan je tranen nooit meer drogen
Leeft beleefdheid in je blik
Doe je gletschers smelten
Liever zet ik mij op stelten
Ik verdraag die kou zo slecht.
Café Stiels, Haarlem.
Als, beneden leeuwen
Bovendromen loont
Spookt doorheen de geest van Zeeuwen
Wat in kale keten woont
Onverzoenlijk hard gewaai
Overloos van kaai tot kaai
Stuivend zand in wolkse draai
Breder, ode, thuis.
Café Stiels, Haarlem.
Ik zou mij dat beter maar
Allemaal vergeven – maar ik kan het
Niet vergeten, nog bezeten
Door wat jij bezat – daar, waar jij mijn ziel hield
Is dat lege, zwarte gat
Hier, in de zon
Kan ik enkel denken
Aan hoe dat begon
Eeuwig brekend weten.
Terras van Café de Roemer, Haarlem.
Laat goud vangt, verscholen
Ademloos jouw blik
Waar de pot met goud staat
Zit, vanavond, ik
En dus valt dit laatste licht
Op mijn stil fortuin
Heb ik dom en echt geluk
Tot bovenin mijn kruin.
Terras van Café de Roemer, Haarlem.
Je kunt, daar eenmaal ooit geweest
Die blikken nooit meer mijden
En zo wordt elke menigte
Onbedoeld dat lijden
Dat vragend onderzoekende
Dat verbaasde tasten
Toch is dat, na al dat leven
Nog de minste van de lasten
Zo zit ik hier vloekende
Godver, godver, domme.
Terras van Café de Roemer, Haarlem.
Alle lamme zwalkers vallen
Eenzaam aan de straat voorbij
Van klinker tot klinker struikelvrij
Elke pas een overwinning
Waar, in tijden van bezinning
Niemand zich opnieuw beziet
Overdenkt eenieder alles
Terwijl alles langsschiet
En zo blijft zo’n zijstraat
Spil van eeuwig leven
Voort en verder durend
Pad van doelloos streven
Huilend terug naar huis.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Dromend door kantineramen
Stroomt mijn geest naar vroeger
Waar ik denker ben geweest
Werkt de zwoeger zich
Als een vetvermeste big
Zwervend langs zijn leest
Weet pas later, na de kater
Waarvandaan de klappen kwamen
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Weet je, mijn lieve
Je bent dat niet meer
En mij kan dat niet langer schelen
Ik heb je nog lief, maar kan je
Als je dat niet bent niet velen
Zet mij liever tussen velen
Aan het vechten met mijzelf
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Vandaag heb ik niets geschreven
Want praatte ik met Esmée
Als ik dat zo goed schrijf
Zat ik daar niet mee
Want zij is, zo lesbisch als ze is
Mijn soort van geest
Waar ik overmorgen kom
Is zij gister al geweest
En andersom
Dat is nou waarom ik graag
Minder dichtend thuis kom
Heb er vrede mee.
Niet op het terras van Café de Roemer, Haarlem.
Als ik in jouw ogen kijk
Zie ik enkel onzin
Als ik wacht totdat jij praat
Hoor ik enkel slap geblaat
En daarom wacht ik niet
Voor mij ligt, daar om de hoek
Zeer waarschijnlijk wat ik zoek
En wat ik wil, in het verschiet
Jij mag lekker blijven
Bijtend naar de wereld kijven
Zout in open wonden wrijven
Het zijn toch de mijne niet.
Novecento, Haarlem.