Ga naar de inhoud

Categorie: Uncategorized

Terugsmurf

Zal ik een bloemetje
Vouwen, voor in je haar
Gun je me zoveel vertrouwen?
Gun je me dat we dat
Bouwen, ook op elkaar?
Waarom begrijp ik toch niks
Van vrouwen?
Blauwtje, ik hou zo
Van jou.

Café De Roemer, Haarlem.

Voor Debbie Scheltes.

Tongklak

Dan eet ik liever biefstuk
Zoals jij de dieren haat
Braadt in mij, zacht
Pril geluk
Dat veel te vaak verloren gaat
Om het stomme domme
Nog terwijl het naar me lacht
Nou, dat noem ik nuk.

Café De Roemer, Haarlem.

Brugslag

Kaptafelkaalheid
Reikt dieper dan dijtje
Het is een rijtje
Van dansende vaalvlijt

Waar ik jou wil
Als kadootje
Leidt ons plots
Het mallebrootje
Zelfs in Elst de feestpremier
En nog apetrots, ook.

Café De Roemer, Haarlem.

Bij gelegenheid van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, editie 2004.

Verhipkip

Als dat hempje roze is
Ben ik een blauwe boon
Die plant je niet, maar schiet je weg
Hard, maar heel gewoon
Als dat hempje roze is
Raak ik nu van de leg
Popoook, popoook, popoook.

Café De Roemer, Haarlem.

Dagtrap

Geep, ik greep me
Fijn een borrel
Omdat ik geslaagd was
Niemand sleep me
Op de korrel
Omdat ik bedaagd was
Maar ik bleef
Bedaard beleven
Geen zin om nog meer te geven
Als, dan zal het dagen.

Café De Roemer, Haarlem.

Wegwals

Wat zich rood, in
Scherpe juklijn
Rechts van mij verschanst
Weet zich op de
Volle dansvloer
Nog niet uitgedanst
Ik reik de
Afgehakte hand en droom
Van terrorisme.

Café De Roemer, Haarlem.

Wild gemuit

Brrrr
Vrijgezellenfeest
Krijg de geest, met
Pip, en veren
Hip een heel eind op, en
Hop
Jezelf met kopstoot
Naar de kleren
Dan weer fijn de ring in
Met de frisse bindzin:
proost, en duizend duiten.

Café De Roemer, Haarlem.

Vooraf aan dat van Fischer, R..

Groot, het bederven

Pek, die bij verstek
Wat valt
Op versgestreken vodden
Lijken die verbijsterd drijven
Rottend tussen lis en dodden
Kom, beleger mijn kasteel
Ik laat van u niets meer heel
Edel, zo te sterven.

Café De Roemer, Haarlem.

De wintermelle

Kijk, het is de wintermelle
Dat voorspelt weer sneeuw
Waarvan ik dan altijd
Weergeeuw
Waar blijft de schreeuw?
Laat de leeuw, die is
Uit rellen
Nu geen tijd, voor
Krijsend dellen
Kijk, het is de wintermelle.

Café De Roemer, Haarlem.

Kattenpaf

Als je katverkouden bent
Dan ligt daar op de leuning
Wat zich niet meer waant, dat weet zich
Van jouw kroeg de keuning
Als je in een onbewaakt moment
Denkt “aan mij geen gemauw, zeg”
Vrees dan wat, de klapwiek van de kat
Gaat nooit meer weg.

Café De Roemer, Haarlem.