Ik ben even wezen kezen
(die met ouders doe ik niet)
Daarna sigaretten halen
Denk niet dat je mij nog ziet
Ik ben even wezen kezen
(die met ouders doe ik niet)
Daarna sigaretten halen
Denk niet dat je mij nog ziet
Vocht en tocht die
als bekend
mijn heim altijd al
teisteren
krijgen blij de
vrije hand
vanwege de kozijnen
Wel hoor ik nu meer
van ’t merelen en lijsteren
Ieder voordeel hep z’n nadeel
Ik verzet de hele tent
en mijn zinnen, hand en tand
kalm als de romeinen
en ik zie wel weer:
wat stukgaat wordt weer heel
Bij MSD.
magnetroep en landlijnweg
kijk, dat vind ik lekker
niet omdat het beter smaakt
maar omdat het kant noch wal raakt
ik houd niet van botsen
eindeloos op golven klotsen
maar van klievend snijden
alle walkant blij vermijden
sneller, harder, verder
en altijd maar verbazen
laat de rest obstakeldazen
neergaan in gemekker
ik doe floep en digi eileg
hihi, hihi, hihi.
Buitbrengen, prachtig
ik mag dat graag doen
zo machtig, de poen
naar de bank toe te brengen
krachtig verlengen
wat geld kan besparen
kan klaren, qua
spinnen van garen
bij andermans
dodemansdaden met
mijn fortuin (puin)
prachtig, het kan soms ontroeren
maar liever nog geef ik het uit
bij de hoeren.
Altijd als je alles kunt
Wil je niets meer doen
Is dat eigenlijk de kunst
Niets te kunnen doen
Uit te kijken naar de bergen
Over de vallei
Niet meer bergen te verzetten
Zomaar, even, vrij.
De grijzekool, die Polen stooft
ons, heel veel neemt, maar
niets belooft
die moeten wij eten als boeren –
logisch is dat, eerlijkheid
balans, een eind aan deerlijkheid
draait de rijken loeren
– en rijken, dat zijn wij
nog een wereld, moet erbij!
Nieuwe Toneelschuur.
Dat sierlijk, dat zich
sierlijk, wel
doch anderszins ummsonst
als een hert in hijgbronst
kolkend naast de kroeg verschanst
daar drammend voor mijn ogen danst
daar zou ik graag op schieten
lijk mijn glanzend zaad op tieten
schiet er tenminste nog op, iets
(pull!)
behoudens behoudendheid leidt het
tot niets
het verveelt mij, stierlijk
(bull!)
dit potsierlijk conservatief
creatief voor conservatoren
hoort zich waar dat soort dingen horen
ver, te hangen, zodat ik, te deum
laudamus, het kan gaan bekijken
mij verrijken dus, in het museum
maar niet in een galerie
daar hoort beters, dat ik zie:
de wereld moet vooruit.
Bij gelegenheid van de expositie van het
Vandaag, dat al in afbak is
(middag nauwelijks begonnen)
wijst wat ik al wist
dat het onbegonnen
werk is, omdat er geen tijd is
dat moet snel veranderen
het is allemaal zo log
God (u bent er niet, toch)
geef mij dagelijks duizend
uren meer per etmaal
(mij, maar niet de anderen)
opdat ik, alles huiswaarts sluizend
flonker, van de praal.
Voor de domme klootzak die mij trachtte af te stoppen in een winkelstraat, onlangs, toen ik haast had. “Meneer, onthaast u eens!” “Zeker niet! Haast is GOED! Meer ervan, in het leven!” Zo. Weg, met de relifascisti.
de sneuïgheid van honden
de smeuïgheid van pindakaas
het vuur van onze zonden
de gurigheid van sinterklaas
de tijd likt alle wonden
maar heelt ze nooit, helaas
wij zeggen dan van wel
dat houdt ons uit de hel
en als het ons te goed gaat
wacht onheil om de hoek
die waarheid ligt op straat, staat
in het grote boek
zo zijn wij verbonden
in ons vals relaas
dat is wat ons holland maakt
hollend naar de paashaas
Hier, op Parnassia
kijk ik van de kust
over ’t wrede water uit
dat stelt mij gerust.
Aan zee, niet van de gekke.
Dingen die je níet zegt
“Ruik eens aan mijn reet?”
Dingen die je níet zegt
“Gadver man, je stinkt naar zweet”
Je zegt het niet, dus je zegt
“Ik ga mij eens fijn verkleden”
Je zegt het niet, dus je zegt
“Hier, een handdoek, douche beneden”
Dingen die je níet zegt
“Houd je fokking bek, mongool”
Dingen die je níet zegt
“Kruip, terug in je pusriool”
Je zegt het niet, dus je zegt
“Nou dat vind ik niet, meneer”
Je zegt het niet, dus je zegt
“Daar kom ik niet nog een keer”
Dingen die je níet zegt
“Sterf, gesjochte pleurisjood”
Dingen die je níet zegt
“Alle moslims moeten dood”
Je zegt het niet, dus je zegt
“Enkel Israël is slecht”
Je zegt het niet, dus je zegt
“De islam zoekt het gevecht”
Duisenberg en Wilders.