Kopop klauter
Rijt en trek
Prik en louter
Veer om pek
Reik en ratel
Rijs en wek
Strijk en spatel
Rag en raak
Gapend naar een haren baak
Door vlakte voor, trog
Over en bek.
Kopop klauter
Rijt en trek
Prik en louter
Veer om pek
Reik en ratel
Rijs en wek
Strijk en spatel
Rag en raak
Gapend naar een haren baak
Door vlakte voor, trog
Over en bek.
Belgen verzwelgen zich
Meer dan massaal aan de
Fotofun
Taalstrijd voorbij en het
Hele land blij met de
Fotofun
In mij, van binnen iets
Beters verzinnen dan
Fotofun
Of nooit meer slapen me
Gapend vergapen aan
Fotofun.
‘Fotofun’ (een spel waarbij men een foto in een houder, achter gele plastic pijlen schuift, en dan 1 voor 1 die pijlen oplicht, waarbij het doel is de eerste te zijn die herkent wat het beeld weergeeft) staat momenteel op de eerste plaats van de belgische games-top tien.
Kiepring om reuteldrop
Fungimaal hartstop
Pokkedikpokke dik
Dood.
Wie is hier slaaf van de laffe verwarring
Ik als ik inkap op andermans fout –
Gutsend geheeld in mijn bloede verstarring
Moordend zoals me de rede beveelt –
Of hullie wat wonden verduistert in zout:
Noodlot met grijnslach voor ongeprijsd volk
Ondood al voordat de ziel zich vereelt
Blauw van plichtsdwang, stram van maalkolk?
Rust en boete, haat en honen
Schuldig door de eeuwen heen
Dat onzaligheid mag lonen
Christenhonden en hun been
Dood en doden, doornenkronen
Hij die vrij van invalshoek is,
Werpe snel de laatste steen.
Hemel hartkrak liedeboem
Stokkik spraaksnak liedeboem
Uchgik kafkuch liedeboem
Liedeboem ho ho.
Gainekun geeuwfg
Oggurt eeuwfgt.
Snok up on a snakeladder
Seensucht bladder
Himmlisch heim ins Winterstroh
Falls the oxen trample on
Our vays to make our shepherd sleep
Als de morgen overkome
Allemal auf Zandvoort, zo.
Ik ben een klein zwart kevertje
En denk nou niet: ‘Wat leuk!’
Ik draag mijn kruis, maar vraag niet hoe
Ik sjouw me zwaar een breuk
Ik ben een klein zwart kevertje
En denk nou niet: ‘Ah gôs…’
Vertrouw nooit op een kevertje
Voor je ’t weet ben jij de klos
Ik ben een klein zwart kevertje
Maar denk nou niet: ‘Ojee…’
Want voor een klein zwart kevertje
Val ik best wel mee
Ik ben een klein zwart kevertje
En dit is mijn probleem:
Ik sjok me rot, maar heb verdomme
Geen idee waarheen.
40.000 keer per seconde voorgedragen door 2000 systemen. Als derde gedicht voorgedragen tijdens performance-festival ‘Alles Moet Weg’, 23 maart 1996 in Vide Cultura te Haarlem. Aldaar veranderde coupletten, in plaats van het derde:
Ik ben een klein zwart kevertje
En denk nou niet: ‘Ha, tuk!’
Want voor een klein zwart kevertje
Ben ik niet klein van stuk
Ik ben een klein zwart kevertje
En denk nou niet ‘Ach hemel!’
Voor mij als klein zwart kevertje
Is dat een zaak van naald en kemel
Kleine zwarte kevertjes
Kijken veel tv
Rustgevend, voor een kevertje
Dat kan daar toch niks mee.
Alles bloeit op en versteent uit zichzelf
Voordat ik dat had verwacht
Spreekt de breuk in de afstand
Het zomernachtsbeeld weer voor
Zich.
Voor Kunstenaarscollectief ‘Fra Arf’, t.g.v. expositie in het Veem, van Diemenstraat 410, Amsterdam, van 2 tot en met 9 mei 1993. Bij ‘The Door’ van Dragan Aleksic.
Kijk, vet kruipt
Weg, kan kaarsverwaaid
Heen in oud hout
Ik, wreed verlicht, voor jou
Blokstok
Randstram
Zetelstijf
Wij, altijd vast, altijd lang
Bij elkaar ontdaan van
Waar? Bang en bleek, daar
Traan, laf, af
Tafelblad
Niet
Hee, zeg
Hou eens vast, als
Dat ik van je houd
Voor Kunstenaarscollectief ‘Fra Arf’, t.g.v. expositie in het Veem, van Diemenstraat 410, Amsterdam, van 2 tot en met 9 mei 1993. Bij ‘De tafels (de venusval)’ van Martijn Lucas Smit.