Waar je nooit een viltje vindt
En geen tap het doet
Daar moet ik snel heen
Anders gaat het vast niet goed.
Café De Souteneur, Haarlem.
Waar je nooit een viltje vindt
En geen tap het doet
Daar moet ik snel heen
Anders gaat het vast niet goed.
Café De Souteneur, Haarlem.
Zonder hek geen goed geleiden
Met, geen samengaan
Heras komt weer, tussen beiden
Groeien bramen tegenaan
Komen rare toetjes van
Te zuur, te zoet, te zonder
En zo is, zelfs afgezet
Deze plek een wonder
Elke hekplek is dat, want
Anders rasterde men niet
Maar deze is het net iets meer
Omdat u deze ziet
U ziet, dat gaat vanzelf.
Café De Roemer, Haarlem.
Bon beloond, wordt snel
Eenieder
Die te leven durft
Hoge bomen vangen niet
Veel wind
Ze worden omgezaagd
Wie de strop krijgt
Heeft daar zelf
En luidkeels om gevraagd:
Allemaal gelul.
Café De Souteneur, Haarlem.
Als je woede goed zoekt
Ga je haar niet vinden
Wie haar uitlokt snoekt goed
Zoeken is voor blinden
Vissen voor de zienden
Ook als zij dat niet verdienden.
Café De Souteneur, Haarlem.
Je zou dat kunnen doen, maar
Er zit echt niets achter hier
Het is een loze deur naar nergens
Altijd op een kier
Je kunt er altijd binnen
Scheelt alleen geen zier
Alles wat je kunt verzinnen
Brandt er als een lier
En as is al wat rest.
Café De Roemer, Haarlem.
Kijk nou, wat je niks zegt
Heeft het nooit gedaan
Vroeger, weet ik zeker
Keek je daar heel anders tegenaan
Kijk, aan wie je uitlegt
Wat de dingen voor je doen
Vroeger, weet ik zeker
Zou je nooit, maar dat was toen
Nu klaag je honderduit
Boven cappucino
Ga je falend onderuit
Met je latino
Leef je toch je leven uit
Zijn helft in het casino:
Potje, potje, potje.
Café De Roemer, Haarlem.
Tegen dwaalgedachten in
Komt er hier geen een
Niet, onverwacht, een grachtenvin
Pleinslurf of een straatdraaf
Geen gedreven jubelzin
Gadeslaan alleen
Biedt, zonder klacht, gewin
Breinturf met gelaaf
Café De Roemer, Haarlem.
Alle tassen open
En eruit met al
Op tafel, in cadeaupapier
Eén groot glinsterbal
Pinksterpasen uitgesteld
Uitgestald, vergal
Kalverpet niet met gebral
Want dan telt geweld
Een tent vol leuke toestand
Lente in een winterkamer
Zenders in een weiland
Dwars door alles wild gehamer
Van een kinderhand
Adel, maar voornamer.
Café De Roemer, Haarlem.
Waar mijn zwaar getergde neus
De winterwende ruikt
Weet ik dat, in poolwind
Schuilt wat altijd fnuikt
Microscopisch kleine reus
Goliath die David sloopt
Altijd vroeg en onbemind
En, doorgaans, onverhoopt:
Moet maar overhoop
Want gooit het
Alles, dat het doet
Heel het leven op de loop
Want prooit het
Omdat het wel moet
Café De Roemer, Haarlem.
Pomp meer vertrouwen in
Stellers, van norm
Bellers, van Storms
Es er de zekerheid in
Ergens, in die kille toekomst
Zit er dan alsnog
Erger dan riviervisch log
Plots en toch muziek in
Leven, in de duistertrog
Wentelzwemmen, naar omhoog
Mijn land houdt het niet droog
Dat is haar grootste zelfbedrog
Dat lijkt een Zeeuws dilemma.
Café De Souteneur, Haarlem.