Ga naar de inhoud

Chielie's gedichten Berichten

Verhutst, ontschoffeld, overklutst…

Verhutst, ontschoffeld, overklutst
En niet van wanten weten
Want waarom zo snel al die kou
Ik sta nog steeds te zweten

Het wordt waanzinnig winterweer
Ik ben zo’n arme stakker
Want gistre benk wel opgestaan
Maar nu benk nog niet wakker

Nou doei, tabé, succes ermee
Gedenk de haren op je snee
En troost ze bij het scheren.

Kopzeer

Waant hier de zin der leegte
En gij zult bewoner zijn
Van meer dan zo maar nog een wijk
Een kans tot vluchten van de schijn van aanspraak en gezelligheid
In sprakeloze stilte
In warmte en tevredenheid
Temidden van de kilte
In wat echt is en volkomen.

Nicht Stammheim.

Verdomd, ik weet, ze gaan nog steeds…

Verdomd, ik weet, ze gaan nog steeds
Ter preek en catechismus
De ogen wijd geopend
Maar zo blind als onze huismus

En als ik denk aan wat ze doen, daar
Met die mooie woorden
Dan denk ik, ongewild, maar toch
Door hen komt al dat moorden

Door deze grauwe christenkliek
En zo is dat al eeuwen
Maar liever dan toch mee te doen
Gooi ik me voor de leeuwen

En blijf ik heidenziek.

Miseria

Ik denk, ik doe van bel
Dat past zo bij die luiden
Edoch, een snierverwrongen zwel
Van hier tot slot in Muiden

Versnijdt Heer Chielie’s hart en ziel
En slaat er kruisen in
Gezwam spoort uit de nek mij aan
Gedender tegen zin

Ach, groot, alziend en machtig Heer
Bespaar mij zulk een nijd
En nagel deze adel
Aan haar goedgelovigheid.

Daar zweeft de zwarte kauw…

Daar zweeft de zwarte kauw
Vanaf de grijze transen
Doorheen het najaarsblauw
Dat voor mijn ogen lijkt te dansen

Gevleugeld doodsheraut
Een zwarte wintermare
Van kaal en bladloos hout
Van witte velden zonder aren

Daar duikt de witte meeuw
Vanuit de grauwe nevel
Vooruit de voorjaarssneeuw
Fluwelen heler van mijn wrevel

Ontteugeld levensbeeld
Een vuilwit lentestreven
Naar graan en druiventeelt
Naar lange beukomzoomde dreven

Helaas, het leven duurt niet lang.

Doodmoe staar ik de wereld in…

Doodmoe staar ik de wereld in
De dag staart doods terug
Ein Realismus ohne Sinn
Een springvloed zonder brug
Maar dichterbij zijn mij de wolken
Meer dan werkelijkheid
Hun die traag de dag bevolken
Hoort een andere tijd.