Twee grijze muizen schuiven
Zonder kater onder plastic door:
Volièrezand, en tortelduivevoer
Een spin rot stervend naar zijn moer
Maar waarom klapt de val niet dicht? Fantástic hoor:
Twee kleine muizen gnuiven.
Twee grijze muizen schuiven
Zonder kater onder plastic door:
Volièrezand, en tortelduivevoer
Een spin rot stervend naar zijn moer
Maar waarom klapt de val niet dicht? Fantástic hoor:
Twee kleine muizen gnuiven.
Je hangt een laken om je kop, en hop! Je bent een spook
Door klapperpang is heel de wereld bang van jou, revolverheld
Met bezemsteel en stoelen wordt de zolder eigen vliegveld
Met stiften en een kladblok ben je Rembrandt, en Picasso ook
Zij is een prinses, ze zal heur haar naar buiten werpen
Voor een prins zo onweerstaanbaar als jijzelf, hoe anders kan ze?
Als alleen de regen komt sta jij daar juichend in te dansen
Blij met de ontberingen, omdat die je gevoelens scherpen
Ho, maar wees voorzichtig, want je dagen zijn geteld
Van krijs tot hopelijk een zucht, tevreden voorbestemd
Na een leven van hard werken wordt herstel dan afgebeld
En wie blijft dromen eindigt in zijn allergoorste hemd
In de goot, althans, da’s meestal zo, verloren, zonder geld
Maar gelukkig, omdat rijkdom de ontwikkeling maar stremt.
’s Ochtends heel vroeg.
Nou, goed, dus je denkt dat je bent, en wel hierom
Dat binnen je harses signaaltjes verpulsen
Grijze brij maar blijft convulsen
Daarom, denk jij, ben ik dus, maar da’s dom
Vader Kerstmis is al jaren vastgevroren aan je poolkap
Sinterklaas beveelt er zwarten, onder schimmeltrippeltrap
Ruud Lubbers is al jaren jouw minister-president
En jij bent braaf getrouwd, met een vrouw die je niet kent
En jij probeert mij katten in je rotzak te verkopen
Lukt dat niet direct, dan gaan ze zwemmen leren
Zo is alles valse schijn, van je knoken tot je knopen
God heeft jou gemaakt, mijn vriend, en deed dat zonder kleren.
Ik wil naar Bapetikosweti!
Een thuisland voor Chielies, dat lijkt me nou fijn
Ik heb zelden zo krachtig gelachen
Als toen Pieter-Dirk Uys het irrationele
Aan ’t lullen van Pik, dus het tamelijk vele
Met varkensoogjes, vanonder plaggen
En hitlersnor duidde, hohelp dat was gein
Hè? Nee, ik verzin het niet, zo héét-ie!
In zacht, verhelderend middaglicht
Flits ik, tweehoog, met de wind in mijn oren
Door luchten die zelfs nihilisten bekoren
Ik zweer dat ik zwaar voor hun schoonheid zwicht
Maar ik kan niet aan stalen staketsels voorbijgaan
Die binden de blik en doorsteken het uitzicht
Van hier, in de zon, tot daar, waar het weerlicht
Zachtjes zakt uit mijn ooghoek een traan
Maar mijn rede wil zulk een gezwijmel beteugelen
Industrie is iets nuttigs
Niet meer gaan dromen en helderblauw vleugelen
Nooit meer verloren gaan, bodemloos bammen
Hippies zijn iets truttigs
Maar bedrog is er moeielijk uit te rammen.
Wie weet wat Willem werkelijk wil?
Zacht schimmelend ligt kefir stil
Terwijl ik welf van goede wil –
Ik kan er niet meer tegen:
Niet te vreten in de regen.
Vergeef mij, dit leidt tot verwarring
Maar mijn oor, dus mijn hart
Is van rede de dief
Vandaar mijn in corde zo strakke verstarring
Ik moet dit bekennen, al valt dit mij hard
Door de schaamte, ik vind u zo vreselijk lief.
Voor de Vlaamse Wanda.
Ja, daar is Peter
Maar waar is zijn kader
De bladzijden, mal
Voor zijn malle bestaan?
Zijn lijnen steeds beter
Verfijnder, niet kwader
Steeds minder in tal:
Heiho, de stripfiguur stormt aan.
Kruyswijk, niet Bruyn.
Vantussen de kussens komt heel eng de slungelman
Strevend naar doodslag om later te leven
Of niks was gebeurd, heel de fikse tijd sof
Maar voortdurend ertussen zijn neus en lang haar
Als tussen de bussen de verfzwengelaar
Reeft om de ranzige rotjongens heen
Vol vis, is dat lekker, maar dienstelijk dom
Baardgurend, lussend de leus, vissen maar!
De koning kraait kierend in krotten tekeer.
Zo de man, zo zijn hond
Zo ook mijn mitrailleur
Alwetend dat ik zeur –
Een cirkelvormig eenheidsrond
Morgen zonder zorgen op
’t Vehikel staat al klaar
Milieu is een gebaar
Zo zetten wij daar borgen op
En Hennie Huisman, hulde hem
Zijn lach, zijn ogen, zijn gegil
Falsettokuiken zonder stem
Maar Joop dat is de grootste
Zo kleingeestig sterk zijn bril
Ons Jopie is de Joodste.