Ga naar de inhoud

Chielie's gedichten Berichten

Winterhoop

Rook uit jouw ochtendzon
Goudblauw versterkt
Hatert verstild
Boven witbevroren rails

En spartelend onder het slootijs
Buitelt de zomervis verder
Boven, over het viaduct
Lijdt een vrachtwagen luidkeels.

Station Haarlem Spaarnwoude.

Aan jou de narigheid

Vogelpest en palenrot
Rotten dralend voort
Ik heb daar maar niks van
Ik bouw voort, zoals

Het hoort, en
Maak mijn steenkastelen
Ruimte, om te spelen
Huizen, vol met vlijt.

Sloterdijk – Spaarnwoude.

Nigh

Door jouw snorfrons
Zie ik de rivier
Hoog, boven jouw
Krioelende boot
Vind ik mijn vertier
Op onze weg naar Engeland
Waarop ik van jou houd
Is mijn hele leven over
Zoutverslagen brandhout
Leef, lieve Lennaert.

Toneelschuur, Haarlem.

Lovertover

Ik weet wel wat beter schrijft.
Maar ik weet niet wat beklijft
In jouw, of hun, gedachten
Gek genoeg maak ik mij daar
Geen klachtgedachten over
Ik denk vast vooruit,
Naar jouw blik bij

Toneelschuur, Haarlem.

Henkter

Vriend, als ik, toen
Dat jou dan
Dwars door kou had
Aangezegd
Dan, had ik jou in zomerrouw
Onbedingd
Afgelegd.

Toneelschuur, Haarlem.

Grootspraak

En dus droom ik mijn beter
Tijden langs jou heen
Weet ik dat ik, eenmaal eenzaam
Tegenover hem herneem
En denk ik, door mijn droesemdroefheid
Schrijlings langs jouw dijen
Die waarnaast ik mij
Bij leven nooit zal vleien.

Toneelschuur, Haarlem.

Gielesgiechel

Dwars langs Nuël
In leger tijden
Wist ik mij beter
ter vijand vermijden

En vlak voor Noël
In voller lijden
Weet ik mij visser
Als mens, en heiden.

Toneelschuur, Haarlem.

Doei

Boem; ik
Stop bij ho maar
Ga
Liever door zo
Want ik
Loof mijzelf
In mijn breedbeeld
Vrijgewelf.

Toneelschuur, Haarlem.