Moi je ne fais l’étranger
Moi je m’en y va
Car je sens je
L’aime non plus
Ça c’est que je sera.
Toneelschuur, Haarlem.
Moi je ne fais l’étranger
Moi je m’en y va
Car je sens je
L’aime non plus
Ça c’est que je sera.
Toneelschuur, Haarlem.
Paarse verf ligt glinsterend
Bovenop mijn paddestoel
En als je voelt wat ik bedoel
Dan zeg ik liever kok dan kaal
Te wapen, allemaal.
Toneelschuur, Haarlem.
Slastarende slang
Fruitstampende halfgast
Vroeg begonnen avondvang
Tijd, voor een biertje.
Toneelschuur, Haarlem.
Na en over een bezoek aan Het Meterhuis.
Geen lebensraum voor boterbloemen
Laat geen mens ranonkel roemen
Asfalteer de parken
Archiveer de akelei
Zet er ‘boterbloempje’ bij
En laat ze nooit meer zien
Vandaag geen tijd meer voor natuur
En dus volledig bloemenzuur
Dat komt er van het leven.
Toneelschuur, Haarlem.
En áls je dan gaat slapen
Van werk tevredenmaf
En wetend dat vanuit het zwerk
Meer zon gaat komen
Droomzomergapen
Dan – waait je dak eraf.
Toneelschuur, Haarlem.
Overstijgt zweefkei
Het geestelijk zwerven
Dan kan dat de vrijheid
Alleen maar bederven
Maar ik
Wens jou
Het allerbeste.
Toneelschuur, Haarlem.
Over
Bandbrand landkei kogelfluit
Kleiplat borgkerk deurontzet
Afzet oprol wrevelzet
Oudzeer nooit meer uit
Dus dan maar doorgaan
Platslaan.
Toneelschuur, Haarlem.
Ik en jij, een doek dat
Nooit geschilderd wordt
Een Hollands meesterstuk dat
Uitbeeldt wat er schort
Aan hen die ernaar kijken en
Willen wij ooit wijken, dan
Altijd onverkort.
Belle bellen lijkt mij een
Oerstom domidee.
Wie de muze knevelsneeft
Verdient er hooguit meewaar mee
Zo van ‘wij klappen, maar gedwee’
En dus, in roerverloren stilte
IJsverkift bruin tijgervel
Met goud behangen sulgezel
In schaamteloze kilte
Klauwenkluwend wentelspel
Ontluistert snel de prilte
Het traangetrokken zilte
Verbijsterd door de burgerlel
Naar aanleiding van door mij verder niet waargenomen ruzie in de McDonald’s op de Grote Markt in Haarlem. Ik zag de erop toesnellende politiewagens wel, op mijn weg naar de Toneelschuur.