ik moet dus niet zelf
aannames gaan maken
sjee, weer iets geleerd
wat ik allang vasthad
Omdat de Harmenjans
ik moet dus niet zelf
aannames gaan maken
sjee, weer iets geleerd
wat ik allang vasthad
Omdat de Harmenjans
Ik houd jou aan zijn beloften
Jij mij aan de mijne
En als dat zichzelf bewijst
Blaten dwergkonijnen
Jij verzint wat binnen grenzen
Recht en billijk is
En als dat dan dus zo is
Loeit, vanzelf, riviervis
Jij vertelt mij wanneer wat
En doet dat voor mijn bestwil
En als ik dat best wil
Mekkeren dolfijnen
Kronenburg, Amsterdam-Zuid.
Tussen jou en mij
Gaat liefde nooit verloren
Ik vind jou weerzinwekkend
Ik wil jou nooit meer horen
Jouw arrogante kakelkop
Zou ik het liefst versnijden
Je eenzaam stappend onderstel
Rustig verder laten lijden
Want jij bent, voorgoed, die kip
Die dacht, zonder mijn kop
Die eraf te moeten snijden
En daar schijt ik op
Sloterdijk.
Kom, want we gaan feesten
Jij met je cavia, en ik
Met mijn kat
Ieder in zijn eigen stad
Daar kan dat toch niet samen
Door beslagen ramen
Zullen ze ons zien
Jou met je geheven glas
En mij met zes tot tien
Zuid-WTC, Sloterdijk.
Daar, vanuit die donkerhoek
Lodderen jouw ogen
Deinen duf de uiers waarop
Jij zo graag mag bogen
Likt, langs lippen, rood jouw tongpunt
Hunkerend naar mij
Maar ik loop er boos voorbij
Ik vind het een onstunt
Ik moet glazen wijn.
Kronenburg, Amsterdam-Zuid.
Jij hebt van een beter tijd
Een slecht moment gebrouwen
Jij hebt, uit echt vertrouwen
Zinloos strijd gehouwen
Jij gelooft dat dat zo hoort
Omdat het je geleerd is
Ik zie dat als groot gemis
Boterrans bij betervis
Niet dat mij dat uitmaakt, verder
Nu niet meer, nooit meer hier
Ik wacht kalm op beter bier
Luister braaf naar jouw gemier
Kijk naar strijd, en moord, mijn herder
Recht zich in mij, fier.
Station Spaarnwoude.
I can’t read what you are saying
Through your mind I can’t help flaying
All of me through all of you; there’s
Only so much you will ever do
To life, and love itself
I place you, on your very own shelf
Truth holds that this IS a lie
It’s only mine and yours to try
Decline.
Toneelschuur, Haarlem.
Wat, als mijn wijsvinger
Keurig vervormd
Vormloos recht in jouw richting priemt
Sla jij mij dan, plat
Vlak op de mond, of
Breek je, met de betonschaar
Langzaam hard mijn leven af
Of laat je, in mijn waarde
Jouw leven waar het naar me
Staarde?
Toneelschuur, Haarlem.
Amusement je trappe içi
Et moi, vaincu, je pense
Que tu, et les tiennes
On y vont, mais moi
Je danse jamais.
Toneelschuur, Haarlem.
Terwijl de wind dwars door mij zingt
En snijdt naar beter tijden
Belooft de kwade langsraas een verlossing
Uit mijn lijden
Maar als ik naar jouw zachte kaak kijk
Opgeheven naar de kou
En naar de trots die in jouw ogen
Glinstert houd ik hier van jou
En weet ik dat ik rijden zal
’t Kan wachten, dat is al
Sloterdijk.