Ga naar de inhoud

Auteur: Michiel van Reenen

Vuurgevecht

Tegen twaalf verloren maanden
Overstaat een nieuwe tijd
En waar wij ons winnaars waanden
Schuilt vergeten narigheid

Oud vergif vergaat niet
Zelfbedrog werkt door
Op de zangers van dat lied
Gaat de rede voor

Tegendraads en tegenstreven
Onderscheiden zaken
Het is net het echte leven
Eerst komt mikken, dan pas raken.

Officia 2 De Klencke 4, Amsterdam.

Wentelwee

Dwars door zand slaat traag
De schaar, rond, van een ploeg
Dat is voor dit arme land
Even metafoor genoeg

Want beter dan de duivelsprins die hij
Zo mooi beschreef
Zei in Trouw, van gisteren
Het prachtig Herman Pleij:

Wij zijn toe aan vastentijd
Onzin gaat voorbij

Spaarnwoude – Sloterdijk.

Zwenkdenk

Waar ik in mijn keizerschap
Een fijnrijk ambieer
Zet ik in mijn schooierdom
Schier ascetie neer

En niets hiervan is zo bedoeld
Het hoort niet bij elkaar
Toch is het oprecht gevoeld
Daarom wankelwaar

Niet dat dat een schande is
Zwabberen doet goed
Enkel deemoed maakt ons mens
Alles mag, niets moet.

Sloterdijk – Spaarnwoude.

En zo is het leven.

Groen, rood, groen
In blauwer luchten
Weet ik wat te doen.

Paarsomrande godenschemer
Doet ons goudomglansd verzuchten
Dat er niets aan valt te doen

Hoe het lot ook valt vandaag
Wat er ook gebeurt

Veel te fel, en mooi gekleurd
Is het leven, dat zo graag

Ons het werk laat doen.

Toneelschuur, Haarlem.

Negen lettergrepen

Ik geef jou negen lettergrepen, en
Ik weet dat zeker
Goed twee weken verder
Wordt de preker, in mij, wreker

Slecht dat ik dat nu al
Zeggen durven zou
Maar zo goed dat ik daar
Ondanks alles op vertrouw

Rotsvast bouw op wat ik,
Lang al, weet, de beer is los

Ik geef jou negen lettergrepen
Wouter Bos, Wouter Bos, Wouter Bos.

Toneelschuur, Haarlem.

Vleetspeelt

Koud getrouwd
Ben ik ervoor
Aan wreder beeld begonnen

Maar dat klopt, daar kan
Een leven tussendoor

Toch denk ik in eeuwigheden
Leef ik in breder teelt
De welvaart snel geronnen

Maar dat klopt, daar gaat
Geen fortuin ooit voor

Ik ga, sterker, liever achter.

Toneelschuur, Haarlem.

Anders.

Zing, door de morgenstond
Ademloos rond
Raak, in je ruiterval
Struikelend grond

Droom, in je bergendal
Hard langs je staar
Predik er brilgedrag
Doe, wat je niet vermag

Niemand, hier
Vind dat raar

Maar ik
Ben ergens

Toneelschuur, Haarlem.

Bovenjan

In your very own Helm’s Deep I
Failed, to call you John.
So, if in too much of this I
Tend, to carry on
I will see your centenary
Hold its own against me
And pray for ours to carry on
Far beyond what’s gone.

Toneelschuur, Haarlem.

Dom spul

Ik heb in Rohan
Wat rondes gewandeld
Blijkt nu als ik, zwelgend
Mijn kelken hervul

En in een bruingroen
Van helderblauw breed
Heb ik in wat ik mijzelf toen verweet
Jou een meppend ding zien doen

Nu deed ik dat zelf en vind ik
Dat ik dat wat minder moet doen

Weg met relateren.

Toneelschuur, Haarlem.