Wat vult er mijn dromen
Met goudgele glans;
Wat tooit er jouw hoofd
Met een stralenkrans?
Wat stijgt, als bewustzijn
Alleen nog maar valt?
Groter dan goedheid:
Het is mijn pal malt!
Wat vult er mijn dromen
Met goudgele glans;
Wat tooit er jouw hoofd
Met een stralenkrans?
Wat stijgt, als bewustzijn
Alleen nog maar valt?
Groter dan goedheid:
Het is mijn pal malt!
Wat rood is wordt oranje
Wat snijdend was wordt ‘lèuk’
‘Houzee!’, en steeds meer franje
Want versiering slaat geen deuk
Weg met de verzuiling,
En weg met alle scherpte
Werken op gemoed, behuiling
Nooit lawaai, vooral geen snerpte
‘Samen’ tegen beeldvervuiling
Blij met mijn omdijkte ziel
Verbijt ik mijn verdriet
Hollanders, uw zieke stiel
Ik haat, ik mòet uw slapte niet.
Alles in dienst van het zwaard op mijn schouder
Ontken ik mezelf en hervind me, veel ouder
Kouder, gespleten doorgroefd, ver heen
Maar trotser, en sterker van geest, dan voorheen
Spraakmakender sluimert mijn olifantswraak.
Als antwoord op Sinterklaaslied van Willem & Von.
Zwevende zuipschuiten zwieren zwaar
Dreunend door diesel, drammend doorheen
Loodgrijze luchten, lallenden lam
Krakend karkas, kruipsuizend klam
– kort van memorie, de ijdelheid draagbaar
walsende waanzin maal ploeterend veen –
Rammelend ruwhout, rottende regen
Tredvast terrein, talmt tandeloos tegen
Pazuzu, uw slaven verzoeken om haat.
Naar aanleiding van, maar niet over, het zwevende feest in Douglas Adams’ ‘Hitchhikers guide to the galaxy’.
Droom: als we allemaal
Eén per planeet
Herleiden wat kaal
En wreed aan ons vreet
Droom: geen problemen
Tot ooit, mettertijd
Alle blasphemen
De haat en de nijd
Onder de voet
En de ogen op steeltjes
Vlees zonder bloed
Gelopen als speeltjes
Door kindertjes zoet
– perfide kasteeltjes.
Schermer’s Syntaxis en Semantiek.
Rospaarse rozen
& rafelranden –
Loosbare brozen
Houterige ganzen
Schutterig voor ramen
‘Wakend’ waar de sukkels ranzen
Vergeelde biggeltranen
Op het bruinvervuilde hoofd
Sentimentgevulde kranen
Liever berooid
Dan omgeven met prullen
Als nullen met prutspul getooid.
Diep in vloeistof flonkert
Onbespreekbaar valse schijn
Veld tot veld versnelt en donkert
Onbesproken wolk van pijn
Er staat iets te gebeuren
Dat het wit, al grijs, weer zwart zal kleuren.
Irak.
Wellicht komt strijd, nu
Noodzaak tot oorlog
Dwingt tot het leren van vechter
Ruige krijger, luister, ik
Zal u de kling door mijn meester jagen
Ieder die lijdt, du
Moment, nu, hoor toch
Albasten bedrog is echter
Scherper dan wet, duisterkik
Stil in de stegen die wanhoop schragen.
Amsterdam-Haarlem.
Hernieuwd peinzen over Tjark Kruiger.
Rust veracht woordspel
Maar daar door de naam
Zo treft door omhulsel de inhoud geen blaam
Geen spijt van de woorden, het air, dat wel.
Naar aanleiding van onverwachte impact van
Parampamparampam, er klinkklaart een roffel
Van baardige bouwsteen, als specie ter troffel
Wat huist er in holsters van glimgepoetst leder
Dat bulderend bralt van papieren katheder?
Wat bakt er een poets om der smeers willewet
En werpt er een berg op die schreeuwt om verzet?
Het wentelt vervaarlijk de vlijmende klewang
Maar maakt, absurdistisch, de denksten niet bang
Het is, ook niet nodig, maar angst ongegrond
Want schuilpeer en smeerstang zijn grensloos gezond
Holklank en wanluid verpijnen het oor;
Maar groeien, of vallen vanzelf, wederhoor
Wat broeit een sluimstoeiert in klieren van durf?
Naar aanleiding van onverwachte impact Lurf 1/1.