In droevigheid en teveel tijd
kan ieder zich verliezen
het haakwerk van geloof en strijd
pakt nimmer ooit de biezen
De liezen leven rijke stammen
die controle vrezen
en die zien als zinloos drammen
tegen ongebreideld kezen
In de hoek intussen
beidt de schoft zijn plan
En met het boek ertussen
komt daar ook nog van
Men zou willen dat ontploft
wat de eenheid nekt
wat de krijgszucht spekt:
paradoxje afgestoft.