Strakdraad tegenvezel
Tegenstrevend kraakverbod
Wie is hier nu dus de God
En wie wordt dan dus de Kwezel?
Als er niets meer leeg is
Blijft het altijd vol
Maar er is niets tussenin
Dat wordt al te dol.
Café Lugosi’s, Haarlem.
Strakdraad tegenvezel
Tegenstrevend kraakverbod
Wie is hier nu dus de God
En wie wordt dan dus de Kwezel?
Als er niets meer leeg is
Blijft het altijd vol
Maar er is niets tussenin
Dat wordt al te dol.
Café Lugosi’s, Haarlem.
Okay daar zit lijn in
Kijk, het kan dus wel
Wie te spannen durft
Maakt al snel een comfortabel
Vel, dat wendbaar en portabel
Vrij van koudvuur, luis en schurft
Is naar ieders zin
Ik geloof iets anders zelfs
Kijk, daar zit muziek in.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Als, in tweestromenland
De bieren verschaald
Vis achterhaald
En alle gezichten geschoren zijn
Blijft er dan ergens
Dichterbij nergens
Iets over dat niet opnieuw
Gemaakt is?
Of blijven we kijken
Naar angstiger blijken
Van andermans
Geschiedenis?
Kijk, meer, vooruit.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Noem het de kastanjeproef
En laat mij glanzend slagen
Nergens was ik ooit zo blij
Als daar, achter die wagen
Omdat het minder stroef
En zelfs natuurlijk is
Anders dan waar ik nu rij
Minder zuur, en ongewis
Rust waarvan ik houd
Om zijn eigen eenvoud
Nu, meer verkouden
Droom ik van dat gouden
Ga ik om, met wat is.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Er is niets af te dingen
Op wat, oprecht, beweegt
Er valt zelfs lof te zingen
Van wat de leegte leegt
Dat heeft zijn zin, niet alles is
Op voorhand er om niets
Als dat zo was, verdween wat mooi is
Altijd in het iets
Da’s makkelijk, te simpel zelfs
En ook niet heel erg eerlijk
Maar wie daarom veroordeelt
Vergist zich deerlijk want
Altijd erger dan de ander
Blijft de eigen binnenbrand.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Meisje, ik zou weinig liever
Maar, misschien, wel iets
Ach, ik weet ook niet waarom
Recht is vaker zomaar krom
Iets wel vaker niets
Liever leven dan
Waar ik in mijn vrede leef
Weet ik wat niet hoeft
En geef ik, alles kan
Nu nog leren vatten
Wat je terugkrijgt, dan
Als man.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Jawel, dat wil ik best
Maar nergens, diep in mij
Pleit mij dat van eigen reinheid
Of verlangen vrij
En niets daarvan is rasbepaald
Simpeler, het hoofse
Niemand die zich respecteert
Gelooft dat, maar ik ben
Wat ik niet vermijden kan
Wil ik ook niet lijden dan
Moet ik mij wel zijn
Er is echt niets anders
En toch is het dijn.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Als nu blijkt dat
Schelden helpt
Maar ik, tezelfdertijd
Op een welbewaakt moment
Van schrik, iemand omrijd
Is het dan absurd dat ik
In half-verdwaasd ontwaken
Niet meer doorheb hoe en waar
En hard ik ‘m moet raken?
Ik denk van niet, maar
Weet, wat je ziet
Enkel de verwarring
Anders is er niet.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Bij mijn 16de rijles, en een gewonnen conflict, met Nieuwe Vide, over voor mijn deur opgestapeld grof vuil.
Twee blauwe snavels knikken
Stemmig op en neer
Boven middagbranding
Daar passeer ik weer.
Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.
Het kan een kwestie zijn van
Teveel aan rechtgerichtheid
Maar alles objectief gezien
Is er geen tegenlicht
Een mens die voor verstrooidheid zwicht
Zal kalme rust verliezen
Zelf aangesticht.
Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, vestiging Haarlem.
Bij het vergeten van mijn paspoort, ter theorie-examen.