Ga naar de inhoud

Categorie: Uncategorized

Lijdenschaft

“Dat waren nog leuke tijden”
– want nu zijn ze dat niet?
Het spijt me maar ik denk dat
iemand hier dat anders ziet

Die heeft juist toen vrij veel
geleden, die denkt nu
“verhip, ik leef
ik denk dat ik voor u
en mij dan maar naar nog meer streef”

Het grijpt ons naar de keel
wel, soms, het leven, dat is waar
maar ik zit hier nog lang niet
met m’n handen in geen haar
ik leef niet om verdriet.

Het leven heeft nu eenmaal zin
zolang je leeft, het is wat
met heel veel erin –
laten we samen verder lijden.

Vroegvlucht

De eenheidsworst die mij
uit bed bladblazert
is, inherent, onvrij
en ook nog te belazerd

te beseffen dat, misschien
terwijl hij sliep
ik nog verdien
wat hij mij nu misgunt

Geklop, getimmer en gezaag
gehijs en ook gekiep –
ik wens je slechter, dan, vandaag
want je bent een mispunt:

bouw mij een isoleercel.

In het donker

Pas op achter je, waar het beweegt
en de duivel pardoes zijn pispot leegt
op je hoofd, hol lachend van boven

ik kan niks beloven
maar ik denk dat
we het zwaarste nu hebben gehad

er komen vast betere tijden.
Een eind, aan al het lijden.

Vroeger blijft

Het regent, en niemand koopt de druppels
maar druppels zijn nergens te koop.

Het vloeit, dat wel, maar voelt niet als regen
ik kom als het vloeit ook geen wolkendek tegen

het stroomt en dus loop ik te hoop.
De wereld rammelt, van de knuppels:

tijd, voor hoenderhok.

Blikschade

Dus dan steek je achteruit
maar je stuurt weer bij
om je heen raast alles door
da’s verkeer, ben jij niet bij

jij verbaast je
om je blik
die dat des wegens om
geeft wat gas, geeft aan

slaat af
verdwijnt, met
stille trom.

Regendrup

je regen helpt niet
hij is geen gehoord commentaar
op doen en laten, laten vooral
ons mismaakte bal van gebaar

je regen helpt niet
ik word weer droog
en zelfs als ik verdrink of erin val
vergalt-ie geen pret aan de toog

je regen helpt niet
behalve de plantjes
die groeien, geuren, overal
de doodval van jouw standjes:

hooguit krijgt de tijd eens tanden.

Laat maar. Laat maar. Laat maar.

Gestook

De roofvogels die
, laag in de lucht
al hun energie
vertetteren, vlak
boven het kwetteren
zijn mij toch, zucht
minder lief dan op tak
de vinken – die zijn ook
wat meer bij de pinken.

En de wolken zijn weg
op een stormloze morgen.

Klaagplicht

In dit land, waar de beurzen pas jubelen
als beurzen van burgers weer worden geleegd
houden wij stevig de hand op de knip
uit angst voor de misdaad die breed wordt gepleegd

het stelen, het stelen, het stelen

De zomer vol ongein komt er weer aan
verkouden, verbrand of de pip
wij houden van klagen dus klagen is hip
zoals over dat niets rijmt op jubelen

als geen geld, dan zullen we klachten verdelen

zeer geruststellend vooruitzicht.

Drupdenkerij

Bij jou blijft het alsmaar regenen
dat komt doordat je zo kijkt
om vijf uur hetzelfde als tegen negenen
maar het is niet wat jij denkt dat het lijkt

Hier nemen mussen plaats op het dak
in afwachting van het, straks, vallen
het wordt alsmaar warmer en, van hak op tak
blijft men jouw dag met geleuter vergallen.

Maar het is de waarheid, een zaak
van aanvaarden
zelfs in de paartijd ligt het hier braak
van kans om vanzelf te aarden.