Beitelmatig bonkt mijn brein
Brekend in een bonte bus
Bij de barre winterweerschijn
Knap ik om je kortste kus
Ik hou van jou
Dronken in Nachtbus 86 Amsterdam-Amsterdam, na oefenen met the Hideho’s en een bezoekje aan de Buurvrouw met Tiemen.
Beitelmatig bonkt mijn brein
Brekend in een bonte bus
Bij de barre winterweerschijn
Knap ik om je kortste kus
Ik hou van jou
Dronken in Nachtbus 86 Amsterdam-Amsterdam, na oefenen met the Hideho’s en een bezoekje aan de Buurvrouw met Tiemen.
Ach, dat woud niet langer wast
Kap die harde last aan bast
Meerder ‘m, van mast tot kast
Rag wat raak, dat op de bast
Maar hou dat hart vast vast.
Probleemschetsen met streken.
Eenmaal dat stempel
Beloofd op het voorhoofd
Geeft geen gelijkheid nog pas
Eerst als de eersten
Dat allemaal zijn
Dan kan de haat aan het gas.
Eerste dag van vredesconferentie Midden-Oosten in Madrid.
Uit is niet gelijk aan vrij
Kom buiters, wees eens eerlijk
Wie de slang tot appel maakt
Mag wachten op de worm:
Na de stilte komt er altijd storm
En wie de ratel raakt
Die weet de winter al in mei
De rest vergist zich deerlijk.
Naar aanleiding van BBC-documentaire over Renamo.
Dit is het, waarom ik in Holland leef
De drijvende druppels; de doornatte dreef
Stromende slagregens striemen de straat
Harthelend herfsttij, hoop over haat
Dit is waarom ik, in Nederland, ben
De ritmisch beroffelde kras van de pen
Kraait en krijst het, keer op keer:
Ik hou van Hollands hondeweer!
De regen vergemakkelijkt
In ieder silhouet
Jouw lieve vorm en kleur te zien
En, zelfs vooropgezet,
Is neerslag, die mijn droefenis
Zo vaak heeft opgewekt
Het opgewekte einde van
Neerslachtigheid, verrekt
Betrekt het zwerk en plenst het
Dan verbergt het water zacht
Mijn tranen van geluk
Je hoopt erop, je wenst het
Het valt toch nog onverwacht:
Mijn dag kan niet meer stuk.
Qua zoete Suus, dank Nanno.
Ik koppel sigaretten aan
Een koninklijke Mij, ik denk
(terwijl ik mij een ober wenk,
de brauwen opgetrokken)
Als tweestrijd is vertrokken
En de vlinder vleugels heeft
(maar steeds weer stervend kleeft
en niet vervliegt, verstaan?)
Geen pieken tot de kerst
Er is iets vreemds gebeurd
Ondood sterf ik het verst
Daarom dus getreurd.
Deuss en Piek, een beetje, voor Lurf.
Nieuw jaar, een buitelspel
Ik en de bloedbokaal
Tijgerend nadert de hel
Rijgende strepen, wit
Wolkig kwartaal
Karkaal kraakt dit bit
Kroon laat een knekelveld
Moedeloos, uitgeteld
Links en rechts liggen, net
Slachtrijpe biggen, het
Zielsrijpe vertigo, paars
Als de vlinderstaart, kaars
Achter roodgerookt glas,
Waar ik wil dat het was.
12.45-13.30 uur, P.C.Hooft-huis.
Deuss, Remmers, de Vries en het Vondelpark, een vleugje KLM in de huiskamer – para Nymph.
Er vormden zich drie kleutertjes
Op warmgeel zomerzand
Eerst waren zij nog peutertjes
Toen liep het uit de hand
En onder zwarte wolkenbanken
Roken zij het vuur
Nu lopen zij de heer te danken
Knielend, elk uur
Dat hij hun kindzijn heeft gespaard
Temidden van het bloed
Hij vond dat het bewaren waard
Hij zag en vond het goed.
Perscombinatie, DK Amsterdam.
Alle vogels dromen van
Een zonderling bestaan
Een leven zonder nestjes en
Het kraaien van de haan
Een leven zonder wormen en
Insecten, overal
En zonder vogelhuisjes en
Een vette pindabal
Een leven vol met dooie vis
En ook gebakken spons:
De klapwiek van de kat is
Al weer eeuwen onder ons.
Tsjaja.