Ga naar de inhoud

Auteur: Michiel van Reenen

Drijfstram

Geef me geen jagerspraat
Laat, waar het niet gaat
Mij er maar buiten
Ik zal een opmars door donkerder wouden
Voor geen goud gaan stuiten
Mij bij stiller parels houden
Heel alleen door ruiten roeien
Minder kan mij niet meer boeien.

Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.

Geen wonder

Haal, uit mijn wilde zin
Jouw vangst
De hemel in
Ren ermee naar mamma
Wat jij ziet als edelsteen
Fel begeert als elfenbeen
Koop ik bij de Gamma
Met meer kwaliteit, erin
Zelfs al kan het zonder.

Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.

Helpgrens

Twintig meter verder
Kus ik jou beslist
Stamp ik, voor het eerst als herder
Verder door verhitte gist
Weet ik, in mijn eigen wenken
Mij weer vrij van broedertwist
Niets gemist vermist.

Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.

Prinsblik

En toch baal ik daar altijd weer
Een pijnlijk beetje van
Dat er niemand is die mij dat glas
Kloppend vullen kan
Dat er geen beleefdheid is
Geen overtrokken vormen
Die in scheve geestigheid
Daar door normen stormen
Dat heet dus alleen
Ach, we zien wel, verder.

Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.

Vraatpraat

ha, een winkel met kroketten
en, spraakmakend vallend
door het water, een forel

maar wie mij dat voor gaat zetten
die vergist zich wel
want ik acht het onzin, brallend

er zit kraak noch smaak aan
het is laakbaar braakgaan
en ik eet dat dus niet veel

meer en beter dan een springvis
en zouter dan ragout mij is
doet mij de makreel

ervan, nooit teveel.

Naar aanleiding van de 747-documentaire van 11.07.2003.

Puzzelpunt.

Jij bij mijn vrijheid
Beknot er je zijn
Wij, daarom vreemd één
In twee soorten pijn

Lijk, dat maar drijft door
De vaart, van het leven
Bibliotheken
In blanco beschreven

Lees zelf maar lijntjes
Van cijfer tot cijfer
Leg de verbanden
Zoals je ze wilt

Laat mij intussen naar elders verrijden
Lijden voor dat wat jij toch niet wilt.

Terras van Café De Roemer, Haarlem.

Curve

Als door bladgroen heengefilterd
Licht op jouw gezicht valt
Weet ik eens temeer wat ik
In schaduwval al zag

Dat jouw ogenschijnlijk schuwe
Sluwe lach, valser is
Dan dat zomers walsend stralen
Dat in duizenden verhalen
Beter al belicht is

Waar jij bent ga ik niet blijven
En jij zit daar straks niet meer
Als ik, klaar met schrijven
Meer van beider leven leer

Immers nooit te oud.

Terras van Café De Roemer, Haarlem.

Opgroei

Popzon verovert gebrokener knoken
Harteloos hulshol vol bloed
Dat moet koken

Koud en gestold onder wolkeloos blauw
Broos van verwarring
Onverkleurd grauw

Verbleek ik van schrik om je onschuld
Voordat je leeft je bestaan al vervuld

Waar moet je, daarna, nog heen?

Terras van Café De Roemer, Haarlem.

Parkwacht

Dan komt dat krekelgras
Heel vanzelf langs, praten
Slaat het grote gaten
In de zwang, van alledag

Ik alleen bang dat ik lach
Mocht dat ooit nog baten
Kan ik dat maar beter laten
Voor wat voor vier handen lag

Zelf weer verder gaan.

Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.

Oh. Nou.

Dus als ik jou
Er niet om smeek
Dan kom jij naar mij toe
Wat nou als ik, onverhoopt
Dat ineens toch doe?
Ga je dan van schrik hard rennen
Boos naar je vriendinnen pennen
Roepen dat ik alles heb verpest?
Weet ik niet, ik laat dat aan jou over, want
Jij
Weet dat vast het best.

Nieuwe Toneelschuur, Haarlem.