Ga naar de inhoud

Auteur: Michiel van Reenen

Kwakstakkers

Alles in dienst van het zwaard op mijn schouder
Ontken ik mezelf en hervind me, veel ouder
Kouder, gespleten doorgroefd, ver heen
Maar trotser, en sterker van geest, dan voorheen

Spraakmakender sluimert mijn olifantswraak.

Als antwoord op Sinterklaaslied van Willem & Von.

Ròs de tros!

Wat rood is wordt oranje
Wat snijdend was wordt ‘lèuk’
‘Houzee!’, en steeds meer franje
Want versiering slaat geen deuk

Weg met de verzuiling,
En weg met alle scherpte
Werken op gemoed, behuiling
Nooit lawaai, vooral geen snerpte
‘Samen’ tegen beeldvervuiling

Blij met mijn omdijkte ziel
Verbijt ik mijn verdriet
Hollanders, uw zieke stiel
Ik haat, ik mòet uw slapte niet.

Twéé keer, mèt ijs.

Wat vult er mijn dromen
Met goudgele glans;
Wat tooit er jouw hoofd
Met een stralenkrans?

Wat stijgt, als bewustzijn
Alleen nog maar valt?
Groter dan goedheid:
Het is mijn pal malt!

Blut und Ehre

Wellicht komt strijd, nu
Noodzaak tot oorlog
Dwingt tot het leren van vechter
Ruige krijger, luister, ik
Zal u de kling door mijn meester jagen

Ieder die lijdt, du
Moment, nu, hoor toch
Albasten bedrog is echter
Scherper dan wet, duisterkik
Stil in de stegen die wanhoop schragen.

Amsterdam-Haarlem.

Hernieuwd peinzen over Tjark Kruiger.

Zandhoop

Diep in vloeistof flonkert
Onbespreekbaar valse schijn
Veld tot veld versnelt en donkert
Onbesproken wolk van pijn

Er staat iets te gebeuren
Dat het wit, al grijs, weer zwart zal kleuren.

Irak.

Nu, straks, dan.

Parampamparampam, er klinkklaart een roffel
Van baardige bouwsteen, als specie ter troffel
Wat huist er in holsters van glimgepoetst leder
Dat bulderend bralt van papieren katheder?

Wat bakt er een poets om der smeers willewet
En werpt er een berg op die schreeuwt om verzet?
Het wentelt vervaarlijk de vlijmende klewang
Maar maakt, absurdistisch, de denksten niet bang

Het is, ook niet nodig, maar angst ongegrond
Want schuilpeer en smeerstang zijn grensloos gezond
Holklank en wanluid verpijnen het oor;
Maar groeien, of vallen vanzelf, wederhoor

Wat broeit een sluimstoeiert in klieren van durf?

Naar aanleiding van onverwachte impact Lurf 1/1.

Ruiger.

Rust veracht woordspel
Maar daar door de naam
Zo treft door omhulsel de inhoud geen blaam
Geen spijt van de woorden, het air, dat wel.

Naar aanleiding van onverwachte impact van gedichtje over Tjark Kruiger in Lurf 1/1.

Picton

Er is geen mens te vinden die

Althans, indien weldenkend

het zo zou zien als ik dat zie:

Bloei en vrede duisterwenkend

Kantine PC Hoofthuis.

Joepie, joepie, joepie!
Er straalt een wind van snaren!
Er knalt een koor van stemmen
En mijn oor wil niet bedaren –
Joepie, joepie, joepie!

Aangaande ‘Tripping the live fantastic’, gloednieuw dubbellive-cdwerk van McCartney, Paul.